
Pretérito Imperfecto
Wanner gebruik je Pretérito Imperfecto
Dit is een Verleden tijd. Je gebruikt het als je :
- Gewoontes uit het verleden beschrijft. Het gaat om dingen die vaker gebeuren.
- Mensen / dingen / situaties in het verleden beschrijft. Begin en einde van gebeurtenis niet zijn aangegeven.
- Handeling in het verleden niet op zichzelf staan, maar op de achtergrond aanwezig is.
Regelmatige Werkwoorden die in de Pretérito Imperfecto staan vervoeg je zo
yo
tú
Él / ella / usted
nosotros/as
vosotros/as
Ellos / ellas / ustedes
Werkwoorden op -ar
Stam + aba
Stam + abas
Stam + aba
Stam + ábamos
Stam + abais
Stam + aban
Werkwoorden op –er / -ir
Stam + ía
Stam + ías
Stam + ía
Stam + íamos
Stam + íais
Stam + ían
Onregelmatige Werkwoorden die in de Pretérito Imperfecto staan vervoeg je zo
Ser
era
eras
era
éramos
erais
eran
Ir
iba
ibas
iba
íbamos
ibais
iban
Ver
veía
veías
veía
veíamos
veíais
veían
Tijdsaanduidingen
Siempre
Altijd
Cuando
Toen
Antes
Vroeger
A menudo
Vaak / Soms
Cada dia
Iedere dag
Mientras
Terwijl
Normalmente
Normaal gesproken
Todos los domingos
Elke zondag
Cuando era joven
Toen ik jong was
Cada semana
Iedere week
Voorbeelden




